Risico
Onderstaand de risico’s waarop maatregelen genomen moeten worden:
- Directe aanraking (Niet geaarde, niet geïsoleerde en niet kortgesloten delen van een elektrische installatie waaraan moet worden gewerkt of wordt gewerkt.)
- Indirecte aanraking
- Vlambogen
- Potentiaalspreiding (onvoldoende aarding en/of vereffening)
- Ophoping van energie / Ontladingen (bijv. accusystemen, condensatoren, zonnepanelen, (rest)lading in kabels)
- Overspanningen
- Oververhitting, en brand en explosie
- Overbelastings- en kortsluitstromen
- Spanningsdaling (en het wederkeren van spanning)
- Elektromagnetische velden (EMV)
- Werkzaamheden met, aan of in de nabijheid van elektrische installaties (door de uit te voeren activiteit)
- Niet elektrische risico’s (te wijten aan een fout of een slecht functioneren van één of meer elektrische componenten (bijv. ontsnappen van SF6 gas, ongewenst afgaan van blussing met inert gas)
- Onbedoeld in- en uitschakelen
- Inductie
- Omgevingsinvloeden (bliksem)
De mogelijke gevolgen van bovenstaande risico’s zijn: elektrisering, elektrocutie, verbranding, verstikking, longschade, gehoorschade, oogletsel, shock, kneuzingen, botbreuken.
Maatregelen organisatie
- Zorg voor een veilig ontwerp en veilige bedrijfsvoering van elektrische installaties.
- Zorg, indien van toepassing, dat de installaties voldoen aan de vereisten van het EVD.
- Zorg voor een up-to-date RI&E van de elektrische installatie en elektrische bedrijfsruimten.
- Zorg voor instructie en voorlichting aan medewerkers om elektrische gevaren bij de uitvoering van hun werkzaamheden te vermijden.
- Zorg voor een aanwijsbeleid waarin voor medewerkers/derden vastgelegd is welke taken/bevoegdheden/verantwoordelijkheden zij hebben.
- Zorg ervoor dat het toezicht op de werkzaamheden geregeld is, de mate van toezicht moet door de WV worden bepaald afhankelijk van de aanwezige risico's (zie ook het BEI-BSP).
- Stel de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking en zie toe op het juiste gebruik.
- Zorg voor een werkvergunningen systeem waarin de autorisaties voor het vrijgeven en uitvoeren van werkzaamheden is geregeld.
- Zorg dat de bedrijfshulpverlening ingericht is op elektrische ongevallen.
Beheersen van de elektrische risico’s voor een veilige bedrijfsvoering van elektrische installaties. Dit omvat het beheer, inclusief alle elektrotechnische en niet-elektrotechnische werkzaamheden, noodzakelijk om de elektrische installatie onder normale en onder abnormale omstandigheden veilig te kunnen laten werken.
Opmerking: Beheer omvat organisatie en activiteiten. Onder activiteiten vallen onder andere schakelen, meten, regelen, bewaken, installeren, inspecteren, onderhouden en documenteren, demonteren en afvoeren.