Onderstaand de risico’s waarop maatregelen genomen moeten worden:
- Directe aanraking (Niet geaarde, niet geïsoleerde en niet kortgesloten delen van een elektrische installatie waaraan moet worden gewerkt of wordt gewerkt.)
- Indirecte aanraking
- Vlambogen
- Potentiaalspreiding (onvoldoende aarding en/of vereffening)
- Ophoping van energie / Ontladingen (bijv. accusystemen, condensatoren, zonnepanelen, (rest)lading in kabels)
- Overspanningen
- Oververhitting, en brand en explosie
- Overbelastings- en kortsluitstromen
- Spanningsdaling (en het wederkeren van spanning)
- Elektromagnetische velden (EMV)
- Werkzaamheden met, aan of in de nabijheid van elektrische installaties (door de uit te voeren activiteit)
- Niet elektrische risico’s (te wijten aan een fout of een slecht functioneren van één of meer elektrische componenten (bijv. ontsnappen van SF6 gas, ongewenst afgaan van blussing met inert gas)
- Onbedoeld in- en uitschakelen
- Inductie
- Omgevingsinvloeden (bliksem)
De mogelijke gevolgen van bovenstaande risico’s zijn: elektrisering, elektrocutie, verbranding, verstikking, longschade, gehoorschade, oogletsel, shock, kneuzingen, botbreuken.
Voor u begint
- Bepaal of de werkzaamheden al dan niet elektrotechnisch van aard zijn.
-
Bepaal waar de werkzaamheden plaats vinden:
- Aan een elektrische installatie?
- In een elektrische bedrijfsruimte?
- In de nabijheid van een elektrische installatie?
- In open lucht (weersomstandigheden)?
- In nauw geleidende of besloten ruimte?
- In explosiegevaarlijke omgeving?
- Laat u door de werkverantwoordelijke (WV) informeren over de aanwezige risico’s op de werkplek en hoe het werk veilig uitgevoerd kan worden (vraag naar het werkplan).
- Beschikt u over de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en arbeidsmiddelen zoals in het werkplan vermeld en is de keurings- en/of kalibratiedatum daarvan niet verlopen?
- Beschikt u over de juiste autorisatie (aanwijzing) voor de uit te voeren werkzaamheden?
- Beschikt u over een geldige werkvergunning en toestemming van de WV voor de uit te voeren werkzaamheden?
-
Overtuig u in geval van spanningsloos werken dat de installatie voldoet aan de volgende vijf essentiële eisen:
-
gescheiden;
-
beveiligd tegen opnieuw inschakelen;
-
- gecontroleerd of de elektrische installatie spanningsloos is (LS)
- gecontroleerd op afwezigheid van bedrijfsspanning (HS) -
geaard en kortgesloten (HS altijd; LS waar nodig);
-
actieve delen afgeschermd.
-
-
Voer de LMRA uit
Tijdens het werk
- Zorg dat je niet afgeleid wordt en focus op het werk en risico’s houdt;
- Zorg ervoor dat alleen de voor het karwei noodzakelijke medewerkers aanwezig zijn.
-
Pas de aangebrachte beheersmaatregelen en de toegepaste PBM’s niet aan zonder toestemming van de WV.
Als het werk klaar is
- Zorg dat er na de werkzaamheden geen losse onderdelen en/of gereedschappen in de installatie of op de werkplek achterblijven.
- Meld je werkzaamheden gereed bij de WV zodat hij de controles voor inbedrijfname kan verrichten.
Indien van toepassing, overhandig de as-built tekeningen aan de WV.
Beheersen van de elektrische risico’s voor een veilige bedrijfsvoering van elektrische installaties. Dit omvat het beheer, inclusief alle elektrotechnische en niet-elektrotechnische werkzaamheden, noodzakelijk om de elektrische installatie onder normale en onder abnormale omstandigheden veilig te kunnen laten werken.
Opmerking: Beheer omvat organisatie en activiteiten. Onder activiteiten vallen onder andere schakelen, meten, regelen, bewaken, installeren, inspecteren, onderhouden en documenteren, demonteren en afvoeren.